maandag 8 augustus 2011

Liefde verdient een verhaal

Xavier hangt in zijn stamkroeg aan de toog, een blauwe Chimay vakkundig en sierlijk uitgegoten door de barman. Hij staart naar het etiket terwijl hij luistert naar “7” van Prince.
“Dit was het drankje dat je wenste, niet dan?”
Xavier schrikt op uit zijn gedachten en knikt.
“Ja hoor, dank je wel. Ik zat even ergens anders. Sorry!”
De barman gunt hem een glimlach. Xavier kijkt hem na, maar blijft in gedachten verzonken. Prince. De niet altijd vlot vatbare koning van de funkpop. Wat bedoelt hij eigenlijk met deze song? Zou het een antireligieus liefdeslied zijn? De vermeende zeven doodzonden die de liefde in de weg kunnen staan? Vrij duidelijk eigenlijk. Is Prince eigenlijk een gelovig man? Eens googelen vannacht misschien. Dat werpt zonder twijfel een licht op de zaak.
“Hey Xavier,” onderbreekt een knappe man in hemelsblauwe blouse, waarvan het bovenste knopje open hangt en een blik werpt op zijn getaande en geschoren bast, zijn gedachtegang.
“Hey Stefan. Hoe gaat het?”
“Prima. Altijd als ik jou zie, dat weet je. Waaraan dacht je? Ik zag die herkenbare frons weer rond je mond.”
“Oh, gewoon. Dit nummer dat thans zijn laatste noten plengt. Of het een antireligieuze liefdessong zou kunnen zijn.”
“Typisch. Wat maakt het uit?”
“Nou, in de zoutloosheid waarvoor pop staan kan, meer dan je denkt. De Piccaso’s en Dalí’s zijn dun gezaaid, weet je.”
“En jij vindt Lady Gaga een ware artieste die het niveau van, pakweg, La Spears overstijgt?”
“Ze trekt in ieder geval zelf de teugels aan, en viert ze wanneer mogelijk. En ze deed iets met Clarence, weet je?”
“Ja, ‘tuurlijk. Nog een blauwe?”
“Ja, waarom niet hé.”
Stefan bestelt Xavier nog een verse Chimay en een dubbele Glenfiddich 12 years voor zichzelf, eraan toevoegend dat hij beter niet kan mengen. Xavier knikt en merkt de al wat wazige ogen van zijn donkerharige maat op. Er breekt een stilte aan. Uit de boxen galmt intussen “Ready To Start” van Arcade Fire. Vreemd, denkt Xavier. Dàt nummer zit dan wel in die oubollige DJ-matic. Misschien ook eens stil staan bij die tekst … Wat doen die ‘business men’ daarin? Hoe linken ze met wat ergens ook een tekst over de liefde lijkt te zijn? Of handelt het nummer gewoon over opgroeien?
“Xavier. Ik moet je iets vertellen. Je weet … ik ben homo …
“Ja, heb je me al een keer of drie gezegd, denk ik. Je weet dat ik niets tegen je seksuele voorkeur heb. Heb je een probleem gehad?”
“Eigenlijk wel. Al een tijdje dan, bedoel ik.”
“Wat dan?”
Stefan kijkt kort weg, de juiste woorden zoekend. Na een seconde of vijftien hervat hij. “Ik hou van je. Daar het is gezegd.”
Xavier kijkt hem aan. Verbaasd.
“En ik … had … ergens … graag geweten … of jouw hart … ook naar het mijne hunkert. Of je … ons een kans wilt geven.”
“Stefan, sorry hoor. Ik ben echt 100% hetero. Ik kan jouw gevoelens onmogelijk beantwoorden. We hebben het hier al over gehad. Ik beschouw je als een beste kerel, met een gouden hart, maar amoureus gezien kan ik gewoon niets voor je voelen. Het spijt me, man. Ik weet niet hoe jij je precies voelt nu, maar ik heb een een idee dat allicht in de buurt komt. Echt, het spijt me.”
Stefan tracht wanhopig zijn tranen te bedwingen. Om daarbij zijn falen te verbergen, gooit hij zijn nog enkele Glenfiddich in een kwak achterover. Hij bedenkt dat hij er zijn laatste waardigheid mee verliest. Hij kijkt Xavier recht aan, veegt een traan weg en loopt naar de buitendeur.
“Stef!”, roept Xavier hem niet zonder medelijden na. Tevergeefs.

Drie uur gemiddelde tooggesprekken en een pak weinig verdienstelijke songs later loopt Stefan opnieuw binnen. Zijn evenwicht zoekend met behulp van de ongebruikte barkrukken. Xavier kijkt het tafereel aan, maar hoeft zijn gelaat niet eens in de plooi te houden, waar zijn tooggenoten zich overigens niet in het minst moeite voor getroosten.
Stefan neemt schommelend zijn laatste stappen en fluistert in Xaviers oor: “wanneer gaan we nu eigenlijk neuken? Ik wil gerust het vrouwtje zijn, hoewel ik liever …”
Xavier trekt een grimas die Stefan meteen zijn zin laat afbreken. Hij verzoekt Stefan om even weg van de toog een rustiger plaatsje te zoeken in het café. Stefan stemt in, wetende dat hoop niet te koesteren valt. In de liefde is de hoop wat een sleepnet voor een dolfijn betekent.
“Je weet dat ik je liefde niet kan beantwoorden, Stefan. Je hebt je trouwens lazarus gezopen en weet niet meer wat je doet. Ik kan echt niet meer zeggen dan dat het me spijt voor jou. Je bent echt een topkerel, maar ik kan me eenvoudig weg niet tot je aangetrokken voelen.”
Stefan laat zich moedeloos dieper in het bordeaux loungezeteltje zakken. Zijn armen vallen over de leuningen en zijn vingertoppen slepen kortstondig over de grond. Stefan doet de moeite niet zijn handen uit de bierplas op de grond te heffen.
Xavier praat een tijdje kalmerend op hem in en laat hem dan even in stilte zitten, terwijl een spa blauw halend voor Stefan.
“Het is erg. Ik kwam naar de stad, omdat ik op het platteland nagekeken werd omwille van mijn … je weet wel”, herneemt Stefan na vijf minuten tegelstaren. “Hoewel ik hier meer respect krijg, er is hier nu eenmaal een gemeenschap zou je kunnen zeggen, wil het echt maar niet lukken. Dat is frustrerend.”
“Weet ik”, antwoordt Xavier hem.
“Je zou denken dat ik hier toch meer kans heb?”
“Dat zou je mogen denken. Minderheidsgroepen zijn geneigd zich te groeperen in steden.”
“En je zou toch mogen verwachtten dat ze hier intelligenter zijn, niet? Toch op sociaal-emotioneel vlak?”
“Daarover zou ik me geen illusies maken. Ook in een stad heb je dezelfde dwarsdoorsnede van de populatie die zich op het platteland aftekent. Alleen heb je met stadsmensen wel eens voor dat ze denken dat hun woonplaats hen behoedt van wat ze doorgaans boersheid noemen. Toch heb ik de indruk dat, algemeen gezien, weinig mensen er een zier om geven zich als intelligente wezens te tonen. Het zou hun populariteit kunnen schaden, zie je.”
Stefan glimlacht, zij het met weemoed in de ogen. “Alweer typisch iets voor jou om te gebruiken.”
Xavier knipoogt.
“En toch vind ik dat ik de liefde verdien. De geleverde inspanningen, de emoties, je weet wel.”
Xavier zucht en kijkt peinzend naar het drankbuffet achter de toog. “De liefde draait jammer genoeg niet om dat verdienen, zoals jij het zegt. De liefde is als de Stille Oceaan waarin veel mensen hun kano voort trachten te slepen met de peddels die ze meekregen. Meestal willen ze daarmee die blinkende viermaster inhalen, zonder daarbij de kanoërs in hun zog op te merken.”
Stefan laat het hoofd zakken. “Ik grijp te hoog, bedoel je?”
“Niet meteen. Met hoog grijpen is niets mis. Integendeel. Het draait er eerder om te weten aan welke kust de grootste kans op succes tussen het strandzand verborgen ligt.”
Stefan kijkt hem onbegrijpend aan.
“Ik ben nu je volgzame gedachten allicht kwijt”, grinnikt Xavier. “Ik zet ze nog wel eens op e-mail”, vervolgt hij met een glimlach en een blik vol mededogen. “Vergeet ook niet dat je een tikkeltje geluk nodig hebt. De weg naar het juiste strand vinden, betekent nog niet dat er een kist vol goud ligt.”
Stefan kijkt hem aan. “Bedankt om desondanks een vriend te zijn. Ook al ben je soms echt langs geen kanten te volgen.”
“Jij ook.”
“Kan er een knuffel af?”
“Tuurlijk.”

Na de knuffel lopen ze beiden naar buiten. Xavier wandelt links heen. Stefan kijkt hem na tot hij een sigaret aanstekend om de hoek verdwijnt, boort zijn blik in de grond en slentert op zijn beurt de vochtige nacht in. Xavier kijkt niet om naar zijn maat. Zijn gedachten zitten alweer bij het al dan niet gelovig zijn van Prince.