vrijdag 5 september 2008

Niet traceerbaar (applausmeester deel 3)

De gouden regel bij rollende trappen tijdens drukke momenten: rechts sta je stil zodat links mensen de extra gewonnen tijd van het naar boven rollen kunnen uitbuiten. Veel mensen hebben het echter niet begrepen op die regel. Ze bekijken je verontwaardigd als je ze met een vriendelijk ‘pardon’ verzoekt om even plaats te ruimen voor jou. Zo ook in de vijf verdiepingen tellende klerenzaak in onze hoofdstad. Tijdens koopjesperiodes gaat het er sneller vooruit. Wie niet rent, niets kopen kan. Dat motto. Me naar de hoogste verdieping begeven voor de elektro-, hifi- en mediazaak ging die middagpauze niet gepaard met een door traplopen verhoogd hartritme. Bovengekomen liep ik als een Usain Bolt op leeftijd echter wel richting letter V van de audiosectie. Ik was er acht dagen eerder al geweest. Bleek dat de plaat er nog niet pronkte omdat de release pas een week later voorzien was. Ik greep een versie inclusief dvd en vergeleek die met de reguliere versie. Vijf bonkige euro’s verschil. Desondanks aanvaardbaar, zij het nipt. Ik nam een exemplaar en slenterde richting dvd’s. Niet dat ik mijn plundertocht daar voortzette. Het was eerder windowshopping, maar dan zonder glas. Ik kon me bedwingen. Voor eens. Ik liep nog even langs de sectie wereldmuziek. Die altijd tekort schietende sectie wereldmuziek. Uitgaven met goedkoop schreeuwerige hoezen brengen zelden de rust die je zou verwachten van wat tegenwoordig hip een ‘chill’ label krijgt. Laat staan dat er enige kwaliteit in zit. Ik verhuisde dan maar richting kassa langs de afdeling computergames. Het was al even geleden dat ik me nog liet overhalen door de belofte van uren spelplezier. Ook hier bleef ik rustig. Goed halfweg mijn tocht richting betaling hoorde ik mijn naam. Ik keek op.
“Ben jij dat?”
“Ehm … Ben?”
“Ja, inderdaad.” Ben drukte me hartelijk de hand. In zijn linkerhand had hij een voor mij high-tech webcam vast. “Da’s al even geleden. Zo’n tien jaar ofzo?”
“Dat moet zoiets zijn, ja. Hoe gaat het?”
“Alles goed met mij, dank je. Je gaat beter met kort haar trouwens.”
“Och ja, de Jesus-look was al enkele jaren out. Maar ik ben een trage. De Kretenzerzon liet de kalende plaatsen te zeer schroeien. Dat zorgde voor een wankel evenwicht.”
Ben lachte.
“Wat ga je kopen?”
“De nieuwe van The Verve. Tien jaar is lang. Onvergeeflijk lang. Desondanks moet dit de collectie in”, antwoordde ik hem terwijl ik de cd omhoog stak. “Het is één van die dingen die ik nooit meer had verwacht, maar net daardoor was het wachten eens ik erachter kwam een ellendige test voor mijn geduld.”
“Ja, The Verve. ‘Sonnet’ betekende wel iets voor me vroeger. Raar hoe je een persoonlijk element kunt toevoegen aan een song en dat gevoel jaren later nog kunt oproepen.”
“Die tot niet zo lang geleden ontraceerbare circuits van het menselijk brein, niet waar? Ben je nog actief bij ‘Uit de kast’?”
“Neen, al enkele jaren niet meer. Werk en andere passies dwongen me tot kiezen. Ik had geen ruimte meer over. Je hebt toch geen nare gevolgen ondervonden van je deelname aan het radioprogramma?”
“Niet meer dan akkefietjes eigenlijk. Achteraf bekeken dan toch. Er was dat ene voorval waarbij één van mijn beste maats toch aan het twijfelen ging door de roddels die ontstonden. Roddels verspreid door een paar zestienjarigen die af en toe eens in het jeugdhuis kwamen. Maar dat waaide snel over. Nou ja, snel. We spraken twee weken niet tegen elkaar of zo. Ik verweet hem uiteindelijk dat hij het zelf blijkbaar niet zo goed wist en de confrontatie niet aan kon met die twijfel. Emotioneel puberaal gebral uiteraard. Enfin, het was een berekend risico als hetero even meewerken aan een homo-radioshow.”
“En verder geen last gehad van mannen die even kwamen proberen? Je hebt je daar immers wel in de spots geplaatst.”
“Niet in Dendermonde, nee. Wel eens in Borgerhout. Ik was er aanwezig op een symposium. Na afloop gingen we met een groepje eten. Waar weet ik niet meer. Dat de lasagne er verrukkelijk was, dat heb ik wel onthouden. De wijn was ook niet slecht, dacht ik. Soit. Rechtover me zat een man, goed vier jaar ouder dan ik. Verzorgd uiterlijk, al had hij lak aan het dragen van een driedelig kostuum. Hij ging eerder voor een update van die typische Miami Vice-tenue; gevlekte jeans, T-shirt en geklede vest. Stijlvol en jeugdig. Tijdens het eten praatten we wat over de actualiteit. We verschilden van mening over de impact die het SARS-virus zou kunnen hebben gehad. Ook dat weet ik nog. Nutteloze details onthoud ik. Ik dacht dat hij Phillipe heet. Ik kende de buurt niet en moest nog met de trein terug. Hij stelde voor me te begeleiden. Toen we naar het station liepen had ik het nog niet door. Aan het station wel.”
“Hij maakte avances?”
“Ja, discreet en zeker niet opdringerig. Een beleefde uitnodiging om de nacht verder te zetten.”
“Hij nam het goed op?”
“Ja, dat wel. Ik hoefde niet eens iets te zeggen. Mijn gezicht had waarschijnlijk de uitdrukking van het niet graag kwetsen, maar het te moeten. Nou ja, zo erg was het uiteraard ook niet. Ik denk dat hij sowieso enkel een losse flirt op het oog had. Enfin, wat doe jij zoal nu?”
“Ik werk sinds drie jaar bij het Vlaams Audiovisueel Fonds, project filmlab.”
“Ah, een collega zeg maar. Eveneens Vlaamse overheid. Bevalt het je?”
“Ja. Heel toffe ploeg en materie die me boeit. Ik kan mijn ei kwijt en krijg waardering voor mijn werk. En eh ... Ik word er algemeen gerespecteerd, zeg maar. Sommige mensen zijn met minder tevreden. Ik ga dus niet klagen. Maar ik ben aan mijn laatste week toe. Ik vertrek dit weekend naar Finland. Helsinki. Mijn vriend doet aan netwerkbeveiliging. Legaal hacken is zijn passie, zeg maar. Het is zijn vierde buitenlandse reis. Die reizen lopen altijd over enkele maanden. Makkelijk is anders, maar het hoort erbij. Ik zorg ginds wel dat ik een paar van die duizend meren te zien krijg”, grijnst hij.
“Voor mij gaat het binnenkort ook naar het buitenland. Weliswaar niet naar noorden, maar naar Spanje.”
“Ah, bi- en monokini’s ”, grapt Ben.
“Ja, dat ook”, antwoord ik lachend. “Maar vooral de laatste hoogtepunten die ik in Andalusië nog niet heb bezocht. Córdoba, Sevilla en Rhonda. En een mondje Spaans oefenen.”

Het gesprek ging nog even door. Ben had enkele jaren geleden al de verschillende barrio’s van Sevilla verkend. Na het in ontvangst nemen van een paar tips, waarvan ik niet kon beloven dat ik ze kon onthouden, wisselden we gsm-nummers uit en namen we afscheid. Ik ben geen beller, hij evenmin.

1 reacties:

jokingsurely1 zei

Even moeten worstelen, maar die laatste zin, man : "Ik ben geen beller, hij evenmin". Zó kurthdroog!