...
Tien dagen later loop ik het jeugdhuis buiten met Dirk; schilder, beeldhouwer, muzikant en performance artist gebundeld. Het was rond elven en het jeugdhuis baadde in verlatenheid. Dirk en ik hadden vooral gepraat over muziek. Hij kon niet begrijpen dat ik nog niet vertrouwd was met Nick Cave and the Bad Seeds. Ik stelde me toen voor dat Nick Cave er bij mij niet zo zoet zou ingaan, maar Dirk overtuigde me om toch een paar platen te beluisteren. Terwijl we de dubbele sluisdeur van het jeugdhuis openduwden, botsten we op Johan. Johan was eveneens een vaste bezoeker, maar iemand die van Nick Cave de spreekwoordelijke muur oploopt. Hij paste op de uitnodiging van Dirk, die een vuurtje joeg in een zelfgerolde sigaret. Het ging dus naar zijn huis, een kleine vijf minuten verderop. Ik leerde die avond inderdaad een paar fijne platen kennen. Sfeerverlichting, een fles wijn, een achterafje whisky en gemakkelijke zetels vormden er de ideale ingrediënten voor.
De dag nadien ging ik poolen met Johan. Na een eerste spelletje vroeg hij me of ik hem iets moest vertellen. Ik maakte hem duidelijk dat ik niet begreep waar hij heen ging.
“Gisteren, toen je met Dirk plaatjes ging luisteren”, begon hij nadat hij bij de breakstoot de ballen over de tafel had verspreid. “Toen hoorde ik twee jonge kerels praten. De ene zei tegen de andere dat hij je kende van bij de opnames van dat radioprogramma. De avond waarbij je volgens die kerel nogal onnozel met dat bord stond te zwaaien. Je zou nogal ‘close’ geweest zijn met één van die gasten die het jeugdhuis annexeerden voor die avond.”
“Je weet toch dat ik toen de fameuze titel van applausmeester had? Ik sprak met één van de jongens die het hele zootje mee organiseerde. Tuurlijk deed ik dat. Ben, zo heet hij, was onze contactpersoon. Ik was geïnteresseerd in hoe mensen reageren op zijn anders zijn. Anders zijn in hun ogen dan. Blijkbaar toch niet zo van de poes.”
“Ja, dat kan wel zijn. Maar die gast gisteren beweerde dat hij je die avond aan de toog heeft zien lebberen.”
“Zien wat?”
“Hij heeft je een tong zien draaien met die man. Jullie stonden aan de toog.”
“En jij gelooft zoiets?”
“Ik weet niet wat ik moet denken, eerlijk gezegd. Toen je gisteren weg wandelde vertelde die kerel tegen zijn maat dat Dirk je vaste vriend was. En dat hij daar de 'bewijzen' van had gezien. Je trekt de laatste weken wel meer met hem op ...”
“Man, luister eens naar jezelf. Dirk en homo in één zin? Niemand in dit land is meer hetero dan hij. Wat een onzin. Gast!”
“Oké, je hebt een punt. Maar waar zit jij dan? Waar moet ik jou plaatsen?”
“Je gelooft die snotaap, of wat?”
“Ik weet het niet. Hij klonk zeker.”
“Dat doet elke roddelsmikkel die zich niet moet verantwoorden voor zijn onzin. Je gelooft hem echt, hé?”
“Vertel jij me dan wat er gebeurd is.”
Johan speelde intussen op de gestreepte ballen. Hij potte er één en keek me aan. Zijn verwachtende blik ging gepaard met een zweem van wantrouwen. Hij krijtte de top van zijn keu en potte opnieuw, zonder oog voor positiespel. Ik wachtte even en keek naar buiten. Het donker verborg de half horizontaal vallende regenstriemen.
“Ik vind dit erg, me moeten verdedigen voor de nonsens van een ander. Om een reden waarvan ik überhaupt vind dat ik het niet zou hoeven te doen, als het waar was.”
Ik stootte en miste vol groen.
“Geef je het dan toe?”
“Kerel …”
Johan miste een bal. Ik bekoelde mijn verontwaardiging door vol geel in een middenpocket te stoten. Positiespel was altijd al een natuurlijk gebrek voor me. Vol rood botste van de band en wit verdween in een hoekpocket. Ik haalde de bal uit de vangbak en gaf hem door aan Johan.
“Je gaf nog geen antwoord”, rakelde hij zijn vraag op toen hij de bal van me overnam.
“Laat het rusten. Ik jaag misschien de vrouwen niet na, maar dat betekent niets. Fuck man, dat je hier zo op hamert. Ik begrijp het niet.”
Johan legt de bal achter de moeilijkst potbare bal, halfblauw, in een hoek van goed 15° om vervolgens een prima serie neer te zetten.
“Het stoort me niet, hoor, maar ik zou het wel graag weten. Dan moet ik je misschien ook ‘anders’ bekijken”, zei hij tussen twee pots door. Hij miste zijn laatste halve, terwijl zwart in een prima positie lag.
“Nee, ik ben geen homoseksuele man. Mocht het wel zo zijn, dan had ik je dat al verteld, denk je niet?”
Ik miste op een haar na vol groen.
“Dat is net waar ik aan twijfelde.”
Johan speelde halfgroen en richtte zich op zwart. Hij miste.
“Weet je, je wantrouwen steekt. Ik vraag me af waar dat vandaan komt. Kun jij me dát eens uitleggen?”
“Niet overreageren”, klonk het van Johan’s kant.
“Niet overreageren zeg jij dan. Ik praat met iemand en vraag hem naar de reacties van anderen op zijn homo zijn. Da’s een vraag die ik zelfs niet zou hoeven te stellen, mocht ik het zelf al weten. Want je straalt dat ergens uit, ongetwijfeld, dat je homo bent. Ervaringen zou ik in dat geval wel hebben zeker?”
"Chill, man. Chill …”
“Heel misschien ben jij van ons degene die niet zo heel zeker is van zijn geaardheid”, onderbrak ik Johan. “Misschien ben jij degene die zijn eigen twijfel omzet in een … een polsen hoe een ander daar eventueel mee zou omgaan. Mocht ik een vermoeden hebben, ik zou je er niet eens naar vragen. Ik zou je zelf laten naar buiten komen. Maar nee, jij …”
Mijn arm zwaaide een bitsig wegwuifgebaar. Ik mikte op zwart, al lag prioritair vol rood net voor een pocket. Zwart verdween. Wit viel stil tegen de vijfde band die de bal raakte.
Ik plaatste mijn keu in de houder, plette de vuurkegel van mijn halfopgebrande sigaret en gaf de asbak een tik. Het ding kwam tot stilstand tegen de muur. Gedoofd was de peuk niet. Mijn jas aantrekkende en naar het parket starende zei ik tot later. Ik voegde eraan toe dat hij eens kon praten met die tieners om zijn gelijk te halen. Ik liep richting toog en wenste de uitbater handschuddend een fijne avond. In het raam zag ik de weerspiegeling van Johan, die me met keu in de hand stond na te kijken. Ik keek die avond niet achterom bij het sluiten van de deur. Buiten plakte de regen mijn haren tegen mijn voorhoofd.
...
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
1 reacties:
So ? You're gay, then ?
Roddel is een machtig wapen. Het enige wat je kan doen : make it worse. Zeer fel overdrijven, tot er van de persoon in kwestie enkel nog een zielig hoopje afstervende cellen overblijft.
En dat mensen de grootste onzin geloven ? Hell, ik zou redelijk teleurgesteld zijn als het niet zo was.
Keep on swinging, you sexy boy!
Een reactie plaatsen