Buiten gierde guur de wind. Het was eind februari. Een nawinterprik had nog niet al zijn vocht verloren boven de Ardense hoogten. De temperatuur kwam overdag nauwelijks boven het vriespunt uit. ’s Avonds dook het kwik naar min vier of lager. In de straatverlichting lichtte hier en daar een sneeuwvlok op. De ramen in het vergaderlokaal van jeugdhuis Zenith bleven gesloten. Het was de laatste maandag van de maand; het moment waarop plannen voor de komende weken tot maanden op tafel werden gelegd en geconcretiseerd. De atmosfeer in het lokaal was benauwd, zat vol met van peuken omhoog kringelende rookpluimen, met van minuscule druppeltjes longvocht gevulde uitwasemingen. Ademen was als waden door een moeras. Iedereen wou naar buiten, die aangenaam smakende koude in. Het was tegen elven en ondanks de krokusvakantie is drie uur vergaderen in een kakofonie van nevengesprekken als het lopen van een marathon over glad ijs. De permanent verantwoordelijke, Edwin, had echter nog één afsluitend vergaderpunt op het programma staan. Onaangekondigd. Vers. Diezelfde dag binnengelopen.
“Blijf nog heel even zitten”, vroeg Edwin nadat hij zijn glas prikloze limonade op een bierviltje had neergezet. “Ik heb nog één puntje. Deze voormiddag liep de vraag binnen of een vereniging de zaal kon gebruiken voor de opname van een radioprogramma. De bedoeling is dat er publiek aanwezig is. Ik sta daar zelf positief tegenover, maar we moeten wel een aantal mensen voor de bar leveren. De opname heeft plaats in de paasvakantie, wellicht op de tweede woensdagavond van dat verlof. Wie wil er tappen?”
Zes handen gingen de hoogte in.
“Altijd fijn, zo’n enthousiasme”, grapte de permanent verantwoordelijke. “Maar niemand die zich blijkbaar vragen stelt over wat het programma behandelt en wie of welke vereniging er achter zit.”
“Publiciteit op de radio is toch nooit een slechte zaak”, merkte de jonge Kjetil op. Niet toevallig één van de zes handen die gezwind opwaarts bewogen. Zestien jaar oude geestdrift met slaperige ogen.
“Neen, zolang het positief is niet. En dit is positief. We hebben het hier over het programma ‘Uit de kast’. Een programma voor en door homo’s, lesbiennes en mensen die daar ergens tussen hangen. Heb ik nog evenveel tappers?”
Nog vier handen bereikten weifelend schouderhoogte. Kjetil staarde blozend naar zijn lege glas.
“Vier is wellicht voldoende. Desnoods spring ik de avond zelf wel bij. We hebben nog één iemand nodig. Een applausmeester.”
Bedenkelijke blikken schoten rond aan de in diamantvorm geplaatste tafels.
“Doordat het programma ‘live’ gaat en er publiek in de zaal zal zitten, moet het applaus ietwat geregeld worden. Iemand?”
De meeste gezichten keken schuw vanonder hun wenkbrauwen uit naar de mensen rond zich. Het bleef stil en quasi bewegingsloos rond de tafel.
“Er is nog een aspect aan verbonden”, ging Edwin verder. “Een leuk aspect zelfs. De applausmeester mag ook mensen het zwijgen opleggen. We hebben dus nog één vrij-wil-lig-er nodig.”
De stilte klonk nukkig.
“Moeilijk kan het niet zijn”, merkte ik op. “Wat gek staan doen met een bord in je handen terwijl je ‘applaus, mensen, applaus!’ playbackt en met je ogen duidelijk maakt dat het menens is. En ze dan weer het zwijgen oplegt door een eenvoudig horizontaal vegend handgebaar. Klinkt als mezelf. Ik doe het wel.”
Edwin knikte gerustgesteld en voegde mijn naam toe op de werklijst. Ik bekeek de anderen. In korte flitsen vlogen telepathisch halfbakken oordelen de ruimte rond. Wanneer de eersten hun stoel achterwaarts schoven met kippenvel bezorgend, schriel schuurgeluid tot gevolg, zwengelde het gefluister aan. Geen woord was verstaanbaar voor wie niet de directe gesprekpartner was. Maar raden was hier geen noodzaak.
Anderhalve maand later liep ik het jeugdhuis binnen. Er heerste een positief gespannen sfeer. Dit programma ging ‘live-on-air’. Ik deed een praatje met bekende, nog onbebaard jonge gezichten. Ze staken me puberaal polsend door dat ik één van ‘hen’ ben. Ik liet hun honger stoven. Ik merkte dezelfde flitsende blikken aan de toog zo’n tien meter verderop. Ook daar twijfel. Edwin kwam uit zijn bureau, zag me, stak een hand op en liep weer zijn kantoor in. Hij kwam er even later weer uit en stapte op me toe. Hij hield een wit bord vast. Hij draaide het om. In donkere maar pastelkleurige letters schitterde het woord ‘applaus’.
“Maya was zo vriendelijk dit te maken", zei hij.
“Nou, bedank je nichtje dan maar. Dit bord alleen verdient handengeklap en vingergefluit.”
Achter me hoorde ik gegniffel van twee jongens die niet waren gekomen voor de inhoud, maar omdat het voor hen wel wat weg had van een circusattractie. Ik kende hen niet maar ze waren me op fuiven al opgevallen. Ze stonden de hele tijd cool te wezen. Met een pintje in de hand trachtten ze jonge blondines van de dansvloer te plukken voor een wandelingetje buiten. Zowat elke zaterdagnacht verdween die cool rond 01.00 uur wanneer ze tijdens een plasbeurt een haag vergastten op een paar kokhalzen bladgroen verterend maagzuur. De geur van verwelkt bier inclusief. Ik besloot dan maar een praatje te maken met één van de geëngageerde leden van de te gast zijnde groep. Alleen al om de vaste ploeg van medewerkers een beetje te jennen. Ik stelde me aan een blonde, kortharige jongeman met een zwart-wit gestreept T-shirt en blauwe jeans voor als de kerel die de niet geheel onbelangrijke taak had te zorgen dat er applaus weerklonk op het einde van een gesprek en bij gevatte commentaren.
“Da’s lang niet eenvoudig als je een ander perspectief hebt dan het gros van de aanwezigen”, vertelde ik hem. Bij wijze van ijsbreker was dat vooral voor mezelf nodig.
“Het loopt wel slim”, zei hij. “Bij spontaan applaus kom jij sowieso te laat”, voegde hij er grinnikend aan toe.
“Dat klinkt alsof het niet de eerste keer is dat jullie iets opnemen met publiek.”
“Nee, dat hebben we inderdaad nog al gedaan. Maar dit is de eerste keer dat we echt ‘live’ gaan. Da’s toch nog iets anders dan knip en plakwerk. Het moet nu meteen juist zitten. Ik hou van radio maken, maar ik ben niet ad rem genoeg om plots vallende stiltes op te vangen. Als mijn gesprekspartners niet bepaald vlotte praters zijn, dan zit ik veel te snel door mijn vragen. Dan loopt het schema hier hoe dan ook in het honderd. Al hebben we in geval van nood uiteraard altijd muziek om op terug te vallen, maar da’s niet echt de bedoeling vandaag. Vandaar dat Elise overneemt. Niet op haar mondje gevallen, dat kan ik je verzekeren. Fijnzinnig met een grenzeloos gevoel voor humor. Zul je best zelf ook wat aan hebben.”
“Dat vlot praten niet evident is, dat probleem ken ik. Ik ben rockjournalist. Nou ja, dat is waar ik mijn vrije tijd mee vul. Bij interviews heb ik ook graag een vlotte babbelaar voor me. Mensen die automatisch hun verhaal vertellen, zonder daarbij als een machine te klinken. Maar je hebt evengoed van die gasten die een ‘Ja, dat klopt. Daar heb je gelijk in’ al als een hele prestatie zien.”
“Mja, bij ons is dat nog enigszins te begrijpen. Sommigen hebben net tegenover familie bekendgemaakt dat ze homosexueel zijn. We hebben het dan over tieners van pakweg zestien of zeventien. Om het dan ineens voor de hele streek te doen … Al die oubollige geesten die in de straat des huizes wonen. De achterklap, weet je wel. Het is niet alles. Wie niet bijster veel zelfvertrouwen heeft, blijkt vaak geen spraakwaterval te zijn.”
“En wat zijn jouw ervaringen, als ik zo vrijpostig mag zijn? Ik bedoel, heb je het gevoel dat je bekeken wordt als ‘anders’.”
“Nou, ik ben 22, bijna 23. Ik woon in Wieze, en hoewel ik ook daar de tolerantie al heb zien toenemen zijn er nog altijd mensen die de straat oversteken als ze me zien afkomen. Dan kun je denken, oké, die moet daar ergens aan de overkant wezen. Maar nee, als je gepasseerd bent, steekt die rustig weer over naar jouw zijde van de straat.”
“Echt? Anno 1998?”
“Ik zwans inderdaad niet. Dit gebeurt vaker dan je zou denken.”
Hij werd weggeroepen. We wisselden nog snel even namen uit. Hij bleek Ben gedoopt.
De opname verliep vlot. Mijn aangeboren stunteligheid stal op twee momenten de show. Twee keer schudde een applaus me uit lang vervlogen gedachten wakker, waardoor mijn bord pas de hoogte in ging nadat het door handpalmen gecreëerde aantal decibels al daalde. Luisteraars begrepen wellicht niet waar het plotse lachen vandaan kwam.
…
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
1 reacties:
Geen reactie dus!
Ik ben echt wel een brave jongen, hoor...
Maar er wordt wel weinig gesodomiseerd naar mijn gevoel.
Een reactie plaatsen