zaterdag 26 juli 2008

Brief aan S.

Ik schrijf S. omdat ik me niet meer herinner wat er twee letters verder volgt, een ‘f’ of een ‘ph’. De naam die je bij de geboorte van je vader erfde ben ik ook al jaren vergeten. Mijn moeder loopt jouw vader nog regelmatig tegen het lijf. Hij werkt in één van die supermarkten die weinig personeel in dienst nemen. Personeel dat ook op zondagvoormiddag de rekken vult. En het geld van een eerder toevallige klant in de kassalade sorteert. Dat wist je allicht al, dat je pa daar werkte. Dat imagoloze winkelketens het moeilijk hebben anno 2008 misschien niet. Mijn moeder bracht me maanden terug het verhaal van je trouwpartij. Bescheiden maar halsoverkop. Toen dook je dus weer op in mijn wereld. Weliswaar enkel in een eerder vage conceptie. Ik speurde naar je familienaam. Ik vond hem niet. Ik vergat je weer. Tot ik gisteravond op een terras aan de Grote Markt in ons beider geboortestad een boek zat te lezen van een Nederlands genie. Heel misschien zou je zijn werk ook appreciëren. Hoewel. Toen daagde je traag weer op in mijn gedachten. Onder invloed van de zich vrijvechtende tieners naast me. Toen het schemerduister viel, legde ik het boek aan kant en bestelde ik nog een streekbiertje. En ik mijmerde. Over het schrijven van een brief.

Ik vroeg je mee naar de film. Je keek doordringend mijn neutrale blik tegemoet. Ik zag je twijfel. Over een bezoek aan onze lokale cinema nog wel. Maar wat stond je daar toch mooi te wachten. Sindsdien vertrek ik trouwens steeds te vroeg, want op tijd komen is te vaak te laat gebleken. We gingen binnen. Ik kocht ticketjes. We namen plaats aan een tafeltje bij de bar. Jij stond op en haalde de drankjes. Wat later gleden we in de toen nagelnieuwe, donkerblauwe bioscoopzetels. Ik verdeelde mijn aandacht over je in mijn oor gefluisterde woorden en de trailers op het scherm. Ik zakte dieper weg toen de hoofdfilm begon. Het eerste kwartuur kwam je vlot door. Nadien overschaduwde je verveling net niet het scherm. Je been schurkte op en neer. Raakte daarbij het mijne. Bewust raakte je been het mijne. Je ging makkelijker zitten. Leunde mijn richting uit. Je wou misschien iets fluisteren. Maar Stallone liep net tijdelijk potdoof de oprit op. Anti-held als nooit tevoren. Achteraf vroeg je wat ik van de film vond. Mijn antwoord duurde je te lang – "film is nooit zomaar entertainment, films zijn niet onschadelijk" - want je begon in het rond te kijken. Ik had je een klein Droopy-figuurtje meegenomen. Zomaar. Echt, zomaar. Je was gek van Droopy. Je omhelsde me. We smaakten Droopy op een happy moment.

Het was kerst. Kaasavond bij jou thuis. Je hield van kaas. Dat is zacht uitgedrukt. Je ouders hielden ook van kaas. Ik hou van kaas en een broodje gezond. Ik hou niet van kaas en meer kaas. Ik dronk nog geen wijn. Ik had je een cadeautje meegebracht. Twee sets van vijf kaarsen, van groot naar klein en omgekeerd. De ene set azuurblauw met witte vlammen. De andere lichtgrijzig, ook met witte vlammen. Je hield van kaarsen. Een week later was het oud en nieuw. Ik had al maanden een afspraak. Bij vrienden thuis. Je treurlip weerhield me niet die na te komen. We zaten behoorlijk dik na het eten. Het duurde tot na twee eer ik aankwam op het feestje in het jeugdhuis. Daar ontmoette ik je, weet je nog? Ik kreeg toen, nog voor je wensen voor een komend fijn jaar samen, mijn eerste uitbrander. Ik begreep niet goed waarom. Ik had een cadeautje in mijn binnenzak. Dat fleurde je op. Een dag later bezocht ik je ouders. Om ook hen een fijn 1998 te wensen. Je gaf mij een plunjezak cadeau. Donkergrijs en zwartgestreept. Zelfgemaakt, zei je. De plunjezak ging verleden april nog mee naar Spanje.

Eind januari klaagde je over het depressieve karakter van wat je ‘mijn muziek’ noemde. Ik vroeg me af sinds wanneer het leven jolig was geworden. Ik trachtte te verklaren waarom mijn nog spaarzame collectie míj niet zo zwaar op de maag lag. Jij schermde met popsongs als madeliefjes. We ondernamen in die periode een ander gedenkwaardig bioscoopbezoek. Een titaan van een blockbuster. De laatste in zijn soort die ik zag. Ik had moeite de ogen open te houden. Trage vertelvormen, op zich had en heb ik daar geen last mee. Er moet wel een vertelling zijn. Ik vatte achteraf samen: Het zinken was mooi, best knappe effecten daar. Ik voelde me bijna een passagier. Maar regisseur en scenarist hebben de romantiek gedood door hem alléén de diepte in te laten zinken. Stilte en onbegrip, ze vormen een trouw paar. De weg terug duurde me zowat even lang als de film.

Etentje en een handvol snuisterijen. Half februari kostte me in heel mijn leven maar één keer een flinke duit. Je verslond het met graagte in dat kleine, in rode harten gehulde restaurant aan de Guldenhoofstraat. Was het lekker? Ik denk niet dat ik je die vraag stelde. Zoals ik zoveel niet vroeg. Drie weken later was het opnieuw feest. Je werd net geen twintig. Ik was drie weken bezig om voor elk van je eigenaardigheden een passende kleinigheid bij elkaar te graaien. Het uitpakken leek een eeuwigheid te duren. Ik voelde een zekere gêne opdraven. Je was gek van dolfijnen - ik vraag me af hoelang precies die foto boven je bed heeft gehangen. Daags nadien gingen we feesten met je beste vriendin. Op een derderangse fuif. Mijn vrienden kozen waar voor hun geld. Ze verlieten Dendermonde die avond. Ik heb hen nooit gevraagd of zij plezier beleefden, waar ze de nacht ook doorbrachten. Ik deed dat in het parochiaal centrum. Aangekleed met een aantal opsmukkende lichteffectstandaards. En een stortvlaag van te luide muziek. Jouw benen vonden die avond niet de rust die ik wou.

De lente lag loerend in het gras. Een verlengd weekend weg rond Pasen. Ik vond het een goed vervolg op ons weekje Schotland in januari. De mist boven de meren, in de dalen. Het constante miezeren. De snel vallende avonden in Black Isle. Heerlijk mystiek was het. Maar je niet houden van de muziek die ook daar al in mijn hoofd rondjes draaide was bij het merkbaar lengen van de dagen omgeslagen in grenzeloze irritatie. Dat paasweekend was er geen wederopstanding. Je zei dat ik van je vervaagde als mist tijdens een vlaag van hellingen rollende wind. Kwam ik je vandaag tegen, dan zou ik je vertellen dat het leven niet in één song kan worden gevat.

1 reacties:

jokingsurely1 zei

You really are flying, aren't you? Een dozijn mooie tot grootse zinnen, en een visie die mijn innerlijke xylofoontje niet onberoerd laat. Heb wel het gevoel dat hier nog een deel 2 moet op volgen.