Goed vier maanden terug was ik zowat de laatste die het vernam. Dat gebeurt wel meer. Ik passeer aan geroddel. Niet dat het hier om geroddel gaat. Het gaat over een sprookje met Shakespeariaanse allure dat feit wordt. In de 21ste eeuw zowaar. De winter die alweer niet echt was geweest naderde zijn laatste stuipen terwijl het leven zijn warmte uitdeelde. Het is het verhaal waar vrouwen – en sommige mannen - plat voor gaan in een met een popcorn besprenkelde bioscoopzetel. Waarbij misschien zelfs een tissuetje uit de handtas wordt gehaald om die tranen van het doorleefde of nog niet ervarene te deppen. Als dat geprojecteerd beeld een gespannen en traag slinkende 27 centimeter voor en met mij plaats heeft, denk ik dan…
Er was een tijd waarin woorden en papier doeltreffend waren. Tegenwoordig sorteren en recycleren mensen. Chatten, skypen en videofonen zijn de nieuwe boodschappers. Communities. Nog zo’n begrip. Daar gebeurt wel eens iets wonderlijks. Gelijklopende interesses en een muisklik verder deel je een moment met iemand een oceaan verder. En dat moment blijft hangen en wordt gerekt naar nieuwe westerglories en oosterschemers. Nadat de zomer zich tot herfst verkleurde, beslechtte de eerste winterprik het pleit. Het bleef gemiddeld 25°c in die Nieuwe Wereld terwijl het kabelverkeer ongekende wijdten bereikte. Je moet meegaan met je tijd, vermoed ik dan.
Hij vertrok voor een test van drie weken naar een voorwijk van Mexico Stad. Mindseeing while sightseeing. Een fout ingrediënt in een dinerschotel maakte er vier weken van. Het achteraf gepiel van die gemiste vlucht neem je er dan willig bij, neem ik aan. Hij vloog terug, wandelde enkele uren na landing doorheen een doordrenkende sneeuwbui en tekende met zijn verhaal op van verwachting gespannen gelaten een glimlach en ontluikende traan. “Alles wat hij had verwacht.” Wellicht meer, maar die woorden horen via satelliet te gaan. Enkele weken later vertelde hij enigszins ingehouden dat ze langskwam. Twee onafgebroken maanden lang. Kort, voel ik ergens.
Eind mei zette ze voet op het oude continent. Hij liet ons nog anderhalve week wachten. In ’t weekend liep hij binnen in ’t staminee. Met haar achter zich. Schuchter, op Mexicaanse wijze. Een gesprek over de pijlers des leven en het omgaan met het ontbreken ervan weerhield me om spontaan recht te veren en hen warm te begroeten. Woorden tussen pijlerelementen verdragen geen uitstellende stilte. Toen ik uiteindelijk wel die stramme benen strekte - gezapig zoals het me betaamt - wurmde ik er een blijkbaar verrassend “encantado” uit. Het bijpraten ging na vier korte zinnen Spaans over in die andere internationale voertaal: Engels. Een half uur later sloot ik opnieuw bij mijn entourage aan en liet ik het koppel in hun keuvelhoekje. Wat later kijk je als buitenstaander af en toe eens rond en beland je in dat hoekje. En dan zie je hoe blikken verstrengelen. Wat zou Shakespeare schrijven anno 2008, denk ik dan.
En dan vind je jezelf een progressief denkend iemand. Op zijn minst modern. Maar waar anderen de wereld virtueel afschuimen, draaf jij op met je hart op het relikwie dat papier heet. In een minimum aan woorden, want toewijding telt. Geschreven met het mineralen geduld van Florentino Ariza, maar dan zonder een zweem van diens verstikkende drang tot bezitten. Gehuld in een enveloppe met het nog natrillende opschrift “omdat literatuurminnaars ergens ook een hart hebben voor poëzie” lever je uiterlijk cool maar innerlijk Richter’s schaal overtreffend je boodschap af. En dan krijg je bij het weerzien als antwoord een ostentatief naar je toegekeerde rug die je eindeloos blijft aanstaren. Dan word je die vóór zijn val verdampte dauwdruppel. De gevlogen vogel. Niet geheel wat je verwacht had. Maar och wat, one man’s coffee is another man’s tea…
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
1 reacties:
Shakespeare anno 2008 : spelletjesdesigner. Hij was altijd al een opportunist, en zou in deze onaantastbare tijden dus geen energie stoppen in zoiets inefficiënt als het gratis spuien van woorden.
On a more general note, ik vind vooral je laatste paragraaf sterk (en admittedly, it does ring some rather familiar bells).
de rest is, well personal-personal I suppose (as opposed to personal-universal, which the last part is).
Mag ik een grapje maken ? (Never mind the answer, ik doe het toch hoor...)
Wat is de gelijkenis tussen een erectie en een ijzeren staaf ?
Both get rusty!
Of nog : wat is de gelijkenis tussen een ejaculatie en de Niagara-watervallen : GEEN !
Ja, een mens lacht wat af! (scuzi, really scuzi)Deze ochtend mijn dwangbuis vergeten vastmaken.
Een reactie plaatsen