Ze behoren tot een kleinere pinguïnsoort en hebben voor niet-zoölogen zoals mezelf wat weg van de macaronipinguïn - geen grapje, die naam. Evolutionair gezien hebben ze dezelfde voorouder. Denk ik. Ik weet nu eenmaal niet zo veel van die dingen. Maar goed. Macaroni’s zien er op zijn zachts gezegd robuust uit. Alleen hebben ze een teddybeeruiterlijk vergeleken met de zwemvogel van dezelfde familie waar ik het even over ga hebben: de er als predator uitziende rotsspringer. Waar Macaroni’s nog enigszins een zacht randje hebben, is de rotsspringer de onvervalste macho onder de pinguïns. Mooi is ie niet. Eigenlijk is ie downright ugly. Niet zelden vertonen ze opstandig gedrag; zelfs tegen ome keizerspinguïn, al is een streling van een keizersvleugel genoeg om die kleine grootmuil over het ijs te laten scheren. Rotsspringers zijn grappig onbeholpen; ze huppelen van rots naar hogere rots, tussendoor hier en daar op de buik belandend. Ze spartelen met hun kleine zwemveugels als steun schallend weer overeind om vervolgens ijverig hun kapsel in vorm te schudden en dat patroon te herhalen. Van Vrieslands waterrand tot het broednest zo’n vier keer dus. Die aanblik stuntelig noemen is een understatement. Maar die gestructureerd chaotische klungeligheid is even vertederend als pakweg Dumbo, Bambi, E.T. of Gizmo.
Het is niet moeilijk raden waarom die rotsspringer van alle beestjes mijn totemdier is. Heck, ik heb er behoorlijk wat mee gemeen - al ga ik niet zover dat ik macho zou zijn, laat staan downright ugly. Robuust. Flinke torso. Grootsprakerig. Bij momenten stuntelig. Chaoot in hoofd – niet zozeer in hart. En dat alles met een aaibaarheidsfactor van jewelste - ahum.
Enfin. Ik werd 28. Een origineel cadeau bleek een bezoek aan de Antwerpse Zoo te zijn. Met vrienden pinguïns kijken. Fantastisch idee voor een niet-materialist als mezelf - vergeef me die net onnodig nieuw aangekochte gsm! Geen van de fijne vrienden die in het complot zaten had een datum voor ogen. Ik, soms weerbarstig ongeduldig, wél. Een week later ging het dan ook richting Antwerpen. Lichtjes ongelegen voor velen. Sommigen die de trip ook zagen zitten, hadden geen kans gezien om enigszins agenda-aanpassingen aan te brengen. We vertrokken daardoor slechts met vijf. Maar dat was niet het enige waar ik onbewust een stokje voor stak. Kooien kijkend kruisten we doorheen de Zoo tot bij een intussen uit mijn geheugen gewipt zoogdier. Daar vroeg ik een vriendin: “Enig idee wat zo’n peterschap kost?” Bijna verknoeid, Kurth. Bijna verknoeid.
Na goed twee uur stonden we voor Vriesland, het pinguïnpaleis waar mijn nonkel-in-vijfde-graad zaliger (aka ‘Mr. Pinguïn’) pretty darn proud op zou zijn geweest. Gretig liep ik binnen naar een muurschildering die de leefgebieden van de verschillende soorten pinguïns weergeeft. Er helemaal door opgeslokt, werd ik echter zowat meteen weer buiten geroepen. Arianne, een vriendin, wees me op het paaltje met de peterschappen. Ik las de bordjes één voor één tot ik bij de laatste iets vertrouwd zag: “Happy Birthday Mister Kurth”. De spreekwoordelijke Belgische frank was ik nog aan het plaatsen toen mijn handen onder enige dwang een envelop verwelkomden. Even later: ke-tsjing! State of shock. Een veeg van de vleugel. Een trapeze gemist. Sprakeloze traantjes. Volbloed softie indeed.
Die 28ste was zondermeer de mooiste tot heden. Als een strike omver gekegeld. Deed ik nadien gekke dingen? Ongetwijfeld. Die doe ik wel meer. Soms compleet onbewust. Een loopje nemen met de VRT bijvoorbeeld. Onze nationale mediatrots wou de overhandiging van het peterschap plechtig vastleggen voor het één-programma Het leven zoals het is: de zoo. Het heeft de twee dames die zich om het complot moesten bekommeren moeite gekost die boot lang genoeg af te houden. Dat soms weerbarstig ongeduldig zijn zorgde er bovendien voor dat de regisseuse niet tijdig op de hoogte kon worden gebracht van mijn aanwezigheid in Vriesland. Wat goed. Als ik al recht heb op 15 minutes of fame, dan liefst wel voor iets waar ik enige verdienste aan heb en niet voor een verjaardag die gewoon even langskwam.
Nu, waarom wou de VRT dat. De eerste ‘particulier’ die het peterschap van een zoodier op eigen naam krijgt, en niet zoals tot dan toe op naam van een bedrijf. Zeker, het is een eer. Maar enkel omdat vrienden er voor zorgden. Vrienden die me kennen en toen goed hadden ingeschat dat een camera ‘lichtjes’ bedervend zou hebben gewerkt. Maar er was trouwens iets ronduit bizar aan het VRT-idee. Ik zou niet het peterschap over een rotsspringer gekregen hebben, maar over een rotsspringer-ei. Stel je voor. Voor heel Vlaanderen, en via BNN ook Nederland en zowat elke hotelkamer waar Belgen logeren: Kurth met een pinguïnei in zijn handen. Mooi beeld. Ongetwijfeld. Ik kwam wellicht nooit nog op ‘Florke’, de naam die ik twee dagen later symbolisch zou kiezen; niet dat die ook maar enigszins in de analen van de Zoo is beland of zal terechtkomen. Ander, niet zo mooi beeld: Kurth die het ei in zijn handen laat vallen. Een misplaatste ‘oeps’. Niet dat ik dat snel zie gebeuren. Het is een kwetsbare soort. Het ei zou dan ook eerder snel onder die ouderlijke onderbuik worden geschoven voor iemand ook maar kans krijgt een fatsoenlijk shot te schieten. Voor die toenaderingspoging heb ik best wat agressie van het pinguïnpaar over. Wellicht zou dat laatste zelfs boeiender tv opgeleverd hebben dan in scène gezette spontaniteit. Take 17. “Glimlachen, Kurth. Glimlach nou toch!”

Hier al enigszins 'ontshockt'
1 reacties:
Allez, proficiat, peter!
Een reactie plaatsen