Toegegeven. Die kat is niet meteen de luipaard onder de huiskatten. Het is wat je noemt een lapjeskat. Een wees, op ooievaarswijze aan huis gebracht door een sindsdien voortvluchtige moeder. Het beestje was op die laatste ademteug na dood. De liefde van mijn ouders besliste er anders over. Ze had nog een broertje. Een belhamel. Hij vond het platte dak van de achterbouw interessant. Dag na dag vond hij dat. Alleen, het geheugen van de energieke vos bleek niet opgewassen tegen zijn hoogtevrees. Hij heeft er behoorlijk wat nachten gesleten. ’s Morgens kwam dan de redding de ladder op of uit het op het dak uitkijkende raam. Zonder veel twijfel hadden de meesjes die zich toen hadden genest in een broedkastje net onder de dakrand een invloed op zijn klimpartijen. Enfin, het beestje leefde snel …
zaterdag 10 mei 2008
Nestkruik
Koolmeesjes. Of pimpelmeesjes. Een ornitholoog ben ik niet. Een paartje van één van deze op en neer fladderend vogelsoorten zag in een kruik in de tuin een ideaal post-honeymoonverblijf. De opening van de kruik is gericht naar het zuidwesten. In deze zomerse meidagen een couveuse die zijn gelijke niet snel zal tegen komen. Schattigheid en pragmatisme a volonté, maar het verdient zondermeer een Darwin-award. Goed gek om je kleintjes op de begane grond achter te laten, terwijl je als papa- of mamamees proteïnerijke wormpjes tussen het mossige gras of de jaarlijks wederopstaande varens uit tracht te vissen.
Benieuwd ook hoe dat gaat met het uitvliegen. Kan een babymees bij een val van een flinke 23,5 cm die nog stramme, tot dat moment onuitgestrekte vleugels spreiden om te voorkomen dat het met een versnelling van 9,81 m/s tegen de onderliggende schorsbrokjes smakt. Oké, wiskundige ben ik ook niet, maar die smak zal van die hoogte best meevallen. Maar dan nog. Als het nieuwgeboren pluimveertje zich opnieuw opricht op zijn petieterige pootjes en de wereld buiten de kruik aanschouwt, beseft het dan dat het lange, harige, rank bewegende ding dat zich een goede halve meter verder bevindt eigenlijk de staart is van de kat des huizes?
Toegegeven. Die kat is niet meteen de luipaard onder de huiskatten. Het is wat je noemt een lapjeskat. Een wees, op ooievaarswijze aan huis gebracht door een sindsdien voortvluchtige moeder. Het beestje was op die laatste ademteug na dood. De liefde van mijn ouders besliste er anders over. Ze had nog een broertje. Een belhamel. Hij vond het platte dak van de achterbouw interessant. Dag na dag vond hij dat. Alleen, het geheugen van de energieke vos bleek niet opgewassen tegen zijn hoogtevrees. Hij heeft er behoorlijk wat nachten gesleten. ’s Morgens kwam dan de redding de ladder op of uit het op het dak uitkijkende raam. Zonder veel twijfel hadden de meesjes die zich toen hadden genest in een broedkastje net onder de dakrand een invloed op zijn klimpartijen. Enfin, het beestje leefde snel …
Maar goed, de lapjeskat dus. Het beestje ziet niet bijster goed - vooral overdag - en heeft evenwichtstoornissen. Hoe stoer het dier zich ook gedraagt, veel verder dan het teisteren van insecten zonder weerbaarheid komt ze niet – de eerste meikever die elk jaar in de tuin neerstrijkt is telkens een wonderlijk avontuur. Maar de meesjes zijn een makkelijke prooi, al kunnen haar te korte pootjes niet bij het nest. En hoewel ingrijpen bij natuurlijke processen als deze enigszins … wel ja … onnatuurlijk is, heb ik een hart voor de zwakkeren. Dus snaai ik de kat haar succesvolle jachtkansen onder haar uit. Ze krijgt er een paar knuffels extra door, weliswaar een paar die ze, zo vertelt haar spartelen me, op dat moment liever kwijt is.
Toegegeven. Die kat is niet meteen de luipaard onder de huiskatten. Het is wat je noemt een lapjeskat. Een wees, op ooievaarswijze aan huis gebracht door een sindsdien voortvluchtige moeder. Het beestje was op die laatste ademteug na dood. De liefde van mijn ouders besliste er anders over. Ze had nog een broertje. Een belhamel. Hij vond het platte dak van de achterbouw interessant. Dag na dag vond hij dat. Alleen, het geheugen van de energieke vos bleek niet opgewassen tegen zijn hoogtevrees. Hij heeft er behoorlijk wat nachten gesleten. ’s Morgens kwam dan de redding de ladder op of uit het op het dak uitkijkende raam. Zonder veel twijfel hadden de meesjes die zich toen hadden genest in een broedkastje net onder de dakrand een invloed op zijn klimpartijen. Enfin, het beestje leefde snel …
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen