Zaterdagochtend. Kater. Niet alcoholisch getint. Iets in de categorie onvoldoende slaap. Drie glaasjes rood deren nu eenmaal niet. Emigratie. Nogmaals. Heet topic in mijn gedachten heet dat. En dus: Gent met het spoor.
Tram 1 richting Korenmarkt, rond de middag bevolkt door winkelgrage dagtoeristen. Ik ging er uit aan de Korte Meer om, totaal onvoorbereid en zonder kaart – kaartlezen? I can’t be bothered, ik teer op dat aangeboren reisinstinct … kuch – de Kouter te overstappen, vervolgens een willekeurige straat indraaiend om te zien wat achter de hoek lag. En achter de volgende hoek. En … Enfin, veel straat-, steeg- en pleinnamen herinner ik me niet. Deze wandeling was een eerste verkenning van onontgonnen Gents grondgebied. Van straten en wijken die zelfs niet de spreekwoordelijke bel doen rinkelen. Wat tussen Kouter en Dampoort ligt, daar heb ik intussen een beeld op. Opwaardering is aan de gang, maar er is nog een flinke pelgrimstocht te gaan.
Ik laveerde tussen verschillende talen de Vlaanderenstraat door. Brits en Amerikaans Engels, Duits, één of andere Aziatische tongval, Frans, Turks en exotischer klanken. Rondkijkend sloeg ik de Belgradostraat in, zorgvuldig trachtend over krakkemikkig kasseiplaveisel mijn evenwicht te behouden. Toen wierp ik een blik links omhoog. Die daalde echter snel weer naar de bestrating. Preventief omwille van de wandelingen van hondeneigenaars zonder poepsnoepzakje? Het zou gekund hebben, want enige behendigheid is op dat vlak geen luxe in deze verpauperde buurt waar het ’s avonds neon kleurt. Mijn hoofd zonk tussen de bestofte voegen van de kasseien. Ik hou niet van taboes, maar in glazen straten word ik ongemakkelijk. Rationeel kan ik dit beroep vatten, emotioneel ontreddert het me. Of de nog niet ontbrandde verlichtingsbuizen zich ook doortrekken in de kruisende Pelikaanstraat – qua mooie straatnaam kan dit wel tellen – heb ik niet gecheckt.
Enfin, een half uur tot drie kwartuur verder gesjokt ben ik plots op de Vrijdagmarkt. Tijd voor een zonnig maar fris winderig terrasje. Onlangs las ik dat de universiteit van Louvain-la-Neuve onderzocht in welke gemeenten het leuk wonen is. Dendermonde prijkt daar op plaats 290 op een totaal van 307. Gent staat ironisch genoeg nog dertien plaatsen lager. Ik zou kunnen nagaan wat aan de basis ligt van die conclusie, maar waarom zou ik uitvissen welke grondkorrel of zuurstofmolecule nu precies voor dat verschil kan hebben gezorgd? Het fijne aan wetenschap is dat die zichzelf controleert en bijstuurt. Mooi zo.
Gent heeft de meest eigenzinnige platenzaak van ’t land. Al heb ik geen idee hoe het op dat cultuurgebied gesteld is in, pakweg, Geetbets. Hoe dan ook, zowat elk bezoek aan Gent gaat gepaard met een binnenwippen. De eigenaar werkte ooit in loondienst bij een aan visie ontbrekende winkelketen. Daarvoor moest hij een paar dagen per week pendelen naar Dendermonde. Ik volgde hem zo'n vijftien jaar geleden als klant naar zijn als leefruimte aandoende winkel kort bij het Gravensteen. De ex-hoofdredacteur van het eerste muziekblad dat mijn nog pril puberale pennenvruchten wou publiceren liep er gisteren ook binnen. Hij werkt al jaren halftijds in Dendermonde. Beiden zijn dus op zijn minst gezegd vertrouwd met het concept Dendermonde. Actiever en meer divers wordt het hier na de kantooruren immers niet. Beide heren vonden het dan ook een goed idee, dat emigreren. Het centrum van Gent zou echter onbetaalbaar zijn. Zover was ik ook al. Dan maar Ledeberg overwegen? Niet ver, net iets rustiger, en vooral goedkoper. Of wat met omgeving Sluizeken? Het Baudelopark? Mja …
tbc
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
2 reacties:
"Beter een pelikaan in Belgrado dan een vogelbekdier in Neverneverland".
Ah, Gent. Waarschijnlijk een volgend fata morgana.
Maar wie geen perspectief zoekt, blijft ziende blind. We cannot have that.
I'll meet you there mate! We WILL rule the waves. Nu eerst nog die laatste maanden kadukkeldorp overleven. Laat het doorbijten een aanvang nemen...
If it's good enough for Michel Preud'homme..! ;-)
Een reactie plaatsen