woensdag 30 april 2008

Churros als ontbijt

Geboekt. Anderhalve week voor vertrek voor anderhalve week. Om een opsomming van clichés die lopen van “batterijtjes opladen” tot het mooie adagio “een mens heeft zon nodig in zijn leven” te vermijden: deze break was nodig. En misschien moet ik voortaan vaker net iets impulsiever boeken ... Soit. Reisverhalen durven nogal eens lang uitgesponnen en – achteraf nagelezen - ronduit vervelende epistels worden. Maar goed. Nieuwe blog, nieuwe stijl. Ik beperk me tot wat echt essentieel is. En dat is vaak minimalistisch te verwoorden …

Granada
Granada lijkt de kranige, overjaarse grootmoeder der Spaanse steden. Granada kuiert doorheen haar bestaan alsof het eeuwige leven onbezorgd met haar mee slentert. Ze spreekt veel talen, maar slechts één uitgesproken. Zij zwijgt waar elders tongen gezwollen rollen en benen driftig voeten voorbij hollen. Hoewel ze zich kunstmatig tracht te onttrekken aan het gewone, vervaagt ze niet tot een karakterloos amalgama en blijft ze authentiek. Ze stelt vragen, kent en geeft de antwoorden. Aan wie ze wil zien, horen en voelen. Granada beneemt hartritme, versterkt het. Ze ontzet, en bedelft. Onuitwisbaar. En ik? Ik kuierde een etmaal lang mee op haar ritme...



Een naam op één van de muren van de kathedraal van Granada. Of hoe Granada vragen stelt en antwoorden geeft ...





Het Alhambra. “Moet je gezien hebben”, vertelden enkele klasgenoten volwassenenonderwijs Spaans me. Werelderfgoed. “Iets krijgt die titel immers niet zomaar toegeworpen.” Gidsen jammeren soms. Niet zozeer letterlijk, dan wel figuurlijk. Tweeëneenhalf uur lang praten over de geschiedenis van de kunstwerken en rijke architectuur die het Alhambra de vermelde status geven, maar nauwelijks respect betonen voor de kleurrijke figuur aan wie het Alhambra onderdak bood, de laatste Moorse heerser Boabdil, dat heet ergens jammeren. Tijdens de laatste dagen van de zowat 780 jaar durende Reconquista - een mens geeft niet zomaar iets op - moest deze volgens de overlevering gevoelige man gedwongen de stad ontvluchten. De hellende weg waarlangs hij dat zou gedaan hebben heet nog steeds 'La Cuesta de Las Lágrimas' – de Helling van de Tranen. De bergpas waar Boabdil voor het laatst naar zijn stad omgekeken én gehuild zou hebben is ook nu nog de 'Puerto del Suspiro del Moro' - De Pas van de Zucht van de Moor. Deze legende vertelt meer over wat Granada ooit betekende, dan eender welke uitgebreide opsomming van in verhouding geschiedkundige pietluttigheden. Therefore, ‘nuff said. Go see! Ook de tuinen van Generalife.


Dit schrijvende, zowat een week later, echoot Granada. Alsof ze in haar stilgehouden doch uitgesproken pracht dichterbij schuift, terwijl de poorten van haar paleizen sluiten voor de winter en haar zondronken firmament achterblijft. Granada, ¡vuelvo! En algún tiempo.



In het Alhambra: het Paleis van Carlos V










Almería
Armoede bladert door de stad en van de muren van kleine, ooit veelkleurige vierkante huizen. Armoede toont zich in een vrouw; ruim tachtig, met perkamenten huid, gebogen rug en een wandelstok zonder veel steun. Hoelang al verstopt ze zich in haar rouwzwart gilet, smekend om een munt ter laving? Ze stond langs de Calle Almanzor, de straat die naar het zigzagpad leidt dat toegang biedt tot het boven de stad uitstekende Alcazaba. Eens gezigzagd wacht een metersdikke poort. Moors alweer, ooit behorende tot Boabdil’s rijk. Daarachter de frivool aangelegde tuin met strak afgelijnde waterpartijen; zo overgewaaid uit het oude Perzië. Hogerop, in de Noord-toren, restanten van niet meteen licht kanongeschut. Dit was dan ook een burcht.




Almería: de op burcht gelijkende kathedraal.











Het Alcazaba waakt tijdloos over een zichzelf uit haar verwaarlozing oprichtende stad. Ook de kathedraal, met haar verbazend rustgevende plein ervoor – de twee huidige tapasbars zullen die rust niet meteen verstoren – ademt een zekere, krachtige fierheid. Nieuwe musea – we’re changing exhibitions, sorry for the inconvenience – en nieuwe statige lanen. Waar een rivierbedding niet zo heel lang geleden droog lag te wezen, bevindt zich nu Paseo de Almería; een gezellige, met schaduwwerpende palmen gedrapeerde winkel-wandellaan. Bovenaan en een zijstraat verder, de prachtige Avenida Federico García Lorca - hij weer. In het midden van deze zuid naar noord lopende avenue de met fonteinen overladen Rambla de Belén. Almería. Haar gezicht is zondermeer tweeledig. Ik las ooit eens dat Almería het Havana van Europa was. Binnen pakweg tien jaar is ook dat verleden tijd.

2 reacties:

Steph zei

Wel wel beter opgelet dan ik hihi de gids was te saai, ja ik weet dat ik zoiets niet zou moeten zeggen maar geef toe...
steph xxx

Kurth zei

Clara zei: "... tot zienssssss" ;-)
Hilarisch.